Gouw (NSDAP)De gouwen van de NSDAP, met aan het hoofd een Gauleiter, werden in 1926 opgericht als partijafdelingen, ingedeeld volgens de kiesdistricten. Hitler koos bewust voor het Germaanse woord Gau, terugverwijzend naar het Duitse rijk in de Frankische tijd. In 1926 werd Joseph Goebbels door Hitler benoemd tot Gauleiter van Groot-Berlijn. In nazi-Duitsland vormden de gouwen de facto de administratieve indelingen, nadat in 1934 de deelstaten van de Weimarrepubliek zo goed als alle bevoegdheden verloren. De nazi's lieten pro forma de bestuurlijke indeling van de Weimarrepubliek bestaan. De gouwen bestonden dus naast de Duitse deelstaten en de Pruisische provincies; sommige gouwen vielen met een staat of een provincie samen, andere gouwen ontstonden door splitsing of samenvoeging. De gebieden die vanaf 1938 bij het rijk ingelijfd werden kregen een gelijkaardige structuur. Voor deze nieuwe gouwen gebruikt men de naam rijksgouw. Het verschil met de gouwen in het Altreich is dat in deze veroverde gebieden de gouwleider (Gauleiter) naast partijleider ook de functie van rijksstadhouder (Reichsstatthalter) vervulde. Gouwen ontstaan in 1934
Rijksgouwen vanaf 1938
BuitenlandgouwEr was ook een buitenlandgouw met de naam Auslandsorganisation voor partijleden in het buitenland. De hoofdzetel daarvan was in Berlijn. Zie ookZie de categorie Gauleiter van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
|