DenazificatieDenazificatie (Duits: Entnazifizierung) was het door de geallieerden ingezette proces in het bezette Duitsland en Oostenrijk waarbij de samenleving, cultuur, pers, economie, rechterlijke macht en politiek werd 'gezuiverd' van nazi-elementen na de Tweede Wereldoorlog. In 2022 werd de term gebruikt door de Russische president Vladimir Poetin om de Russische invasie van Oekraïne in 2022 te rechtvaardigen.[1] De term na de Tweede WereldoorlogDe middelen van denazificatie liepen uiteen van propaganda, bedoeld om de bevolking te confronteren met de misdaden van het naziregime, tot de liquidatie van kopstukken van paramilitaire naziorganisaties. Daarnaast werden in de Amerikaanse bezettingszone nazi's geïnterneerd in concentratiekampen en werden beroepsverboden tegen hen uitgevaardigd. Uit de Sovjet-zone werden vele nazi's naar kampen in de Sovjet-Unie gedeporteerd. In de Britse en Amerikaanse bezettingszones waren er in totaal ten minste ruim 500 colleges, zgn. Spruchkammer, die beslisten, of een Duitser na de oorlog als nazi vervolgd moest worden. De Duitser zelf had de bewijslast. Alle Duitsers moesten, op grond van een wet uit 1946, voor zo'n college verschijnen. Er waren vijf categorieën:
De term tijdens de Russische invasie van OekraïneOp 24 februari 2022 viel het Russische leger op bevel van de Russische president Poetin Oekraïne binnen, naar eigen zeggen om het land te demilitariseren en denazificeren.[2] Poetin wilde daarmee "de vele etnische Russen in de Oost-Oekraïense regio Donbas beschermen". Oekraïense ultranationalisten speelden vanaf 2014 een beperkte rol bij de weerstand tegen pro-Russische opstanden in deze regio's, waarna de nationalistische vrijwilligers werden ingelijfd in het reguliere Oekraïense leger.[3] Referenties
Zie de categorie Denazification van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
|